Vorige week was er in Cobouw een publicatie te lezen van professor Rotmans, hoogleraar transitiekunde aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Hij riep de bouwsector op Bouwend Nederland te verlaten, want, zo stelt hij “brancheverenigingen vertragen radicale vernieuwingen”. Innovaties worden tegengehouden door brancheverenigingen en juist dat heeft de bouwsector nodig. Zo, dat is me nogal niet een stelling.
Reflectie
Zoiets zet me toch wel aan het denken. Nou zou ik natuurlijk flauw kunnen reageren dat wij het er mee eens zijn, VastgoedPRO is immers een beroepsorganisatie, maar dat is te makkelijk. Zo een uitspraak dien je toch wel tot je te laten komen en jezelf vervolgens de vraag te stellen, herken ik mijn eigen organisatie in deze kritiek? Enige vorm van kritisch naar het eigen functioneren is altijd wenselijk, laat ik dat vooropstellen.
Innovatie
Volgens mij komen innovaties vrijwel altijd uit twee richtingen: de wetenschapper of de ondernemer. Niet vanuit de overheid, niet vanuit bureaucratie, niet vanuit stichtingen of verenigingen. Die kunnen het hooguit signaleren, stimuleren en remmen, maar echte innovaties komen uit het lab of de praktijk. Noem een vernieuwing die elders vandaan komt, ik zou het zo niet weten. Maar zelf niet innoveren is nog heel wat anders dan het tegenhouden van innovaties.
Verandering
Als ik naar VastgoedPRO kijk, zie ik veel initiatieven van leden, die wij graag omarmen en een podium geven. Maar zijn wij zelf innovatief bezig of innovaties aan het stimuleren? Dat laat ik graag aan anderen over om te beoordelen. Maar innovaties tegen gaan? Soms zijn initiatieven niet haalbaar of kunnen wij er niets mee, maar doorgaans staat bij ons de deur open. Is onze markt zelf innovatief? Zijn makelaars en taxateurs innovatief? Ik denk dat daar nog wel het een en ander te halen valt. Dat de markt moet veranderen, dat de rol van de makelaar en taxateur verandert, daarover las u al vaak in dit feuilleton. Vooralsnog herken ik de kritiek van Rotmans niet. Mocht u dat wel vinden? Ik leer dan graag van u waarom!
Ed
De eerste en enige weblog van, voor en over wonen en vastgoed in Nederland
woensdag 22 mei 2013
vrijdag 17 mei 2013
Uit den ouden doos....
Deze week exposeerde ABN Amro haar marktkennis over het vastgoed, Vastgoed Journaal deed hier een analyse op. Voor makelaars is weinig toekomstperspectief door de rol van Internet, volgens de bank van Gerrit Zalm, oud DSB-bankier. Een Old School bedrijf met een Old School visie, dat zonder steun van de belastingbetaler zelf helemaal geen toekomst had en heeft. Jeroen Wilhelm, marketing manager bij VastgoedPRO en expert op het gebied van Internet, geeft zijn visie hier op. Het scherm is aan Jeroen,
TGIF,
Ed
Sociale media bieden makelaardij kansen voor de toekomst
Deze week verscheen een publicatie van ABN Amro over de rol van de makelaar in de toekomst. De bank stelde daarbij dat de rol van de makelaar de komende jaren verder zal afnemen als gevolg van het feit dat de consument via internet en met name sociale media zelf wel zijn woning zou kunnen verkopen. Los van het feit dat een dergelijke stelling het ongetwijfeld heel goed doet op een verjaardag om een onderhoudend gesprek met omstanders te krijgen, snijdt de stelling weinig hout. Vanuit historisch perspectief is namelijk vast te stellen dat dergelijke radicale ontwikkelingen helemaal niet het geval zijn.
Start
Toen eind jaren ’90 internet echt doorbrak, kondigde menig internetgoeroe het einde van de retail en het intermediar aan. Mensen zouden massaal overgaan op direct writing en dat via internet gaan regelen. De consument zou via internet gezamenlijk producten centraal inkopen (wie kent nog www.letsbuyit.com) en structuren in de markt en consumentengedrag zouden drastisch veranderen. Wat is daar van terecht gekomen? Zelfs een succesformule als Makelaarsland, die in het gat tussen de ‘traditionele makelaar’ en de ‘doe het zelver’ is gesprongen, wist een mooi maar bescheiden marktaandeel te krijgen. Niet iets wat de markt drastisch heeft doen veranderen.
Later
En ook nu, met de opkomst van internet 2.0., waarin echt alles anders zou worden door social media, zien we nog steeds dat het intermediair en de detaillist blijft bestaan. Ja, ze hebben het moeilijk. Maar komt dat alleen door internet? Werkt de crisis en het overheidsbeleid ook niet een handje mee? En kijken we naar de makelaar, dan lijkt het haast dat het de banken zijn die de sector onder druk zetten. Na jaren van ruime hypotheekverstrekking, waarin alles kan en alles mocht, zijn de regels nu zo scherp aangezet dat een menig huizenkoper de financiering niet meer rond krijgt.
Wurggreep
En de kosten van een professional die zorgt voor een professionele begeleiding van de verkoop kunnen al helemaal niet meer mee. Laat staan de kosten van de aankoopmakelaar. Die zorgt er nota bene voor dat de bank een woning in portefeuille krijgt die tegen de beste prijs en volledig gekeurd is aangekocht. Ergo, de verscherpte financieringsmogelijkheden zorgen voor een verslechterde financierbaarheid van woningen. Bovendien moest de prijs van dienstverlening van de makelaar drastisch omlaag met als gevolg dat vele makelaars de handdoek in de ring moesten gooien. Minder transacties tegen een lagere vergoeding.
Foutief
Een ander ‘gat’ in de redenering van ABN Amro is de stelling dat het verkopen van een huis draait om het plaatsen van een advertentie op internet. Ja, we zijn in Nederland allemaal de beste kooplieden. Handelsgeest en onderhandelingspower hebben we allemaal. Je hoort ze het al zeggen ‘Ik heb geen makelaar nodig’. Helaas omvat de verkoop van een woning wel wat meer dan het plaatsen van een advertentie. Om maar eens te beginnen met een goede vraagprijs. Die van de buren is namelijk veelal niet maatgevend.
Gelijkje
Maar op één punt zou je de mensen van de bank wel gelijk kunnen geven: de makelaar is niet meer de man die alleen het bord in de tuin komt zetten en de woning op internet plaatst. Nee, dat zou je misschien nog zelf kunnen – los van het maken van goede verkoopteksten, het maken van foto’s en het stylen van de woning. Wat wel anders is geworden, is de rol van de makelaar bij de verkoop of aankoop. Hij of zij is procesbegeleider geworden.
Ontzorgen
Iemand die de verkoper of koper tijdens het proces begeleid en hem helpt de juiste keuzes te maken op alle vragen die tijdens het traject voor je voeten komen. En dan komt het aan op ervaring, deskundigheid en zelfs creativiteit. Dat is wat de makelaar in huis heeft. Simpelweg omdat hij daar vaak al jaren 24/7 mee bezig is. En de consument niet. De vraag blijft natuurlijk wat de toekomst de makelaar gaat brengen. Een ding staat vast: blijven doen wat je altijd gedaan hebt werkt niet. Dan krijgt – zo vrees ik – de bank toch nog gelijk. Makelaars moeten innoveren, in beweging komen, andere verdienmodellen aanbieden en bovenal zich niet aangevallen voelen door internet en social media, maar er juist gebruik van maken. Als je zo denkt en dat vertaalt naar je dagelijkse werk als makelaar, dan heb je nog ruime kansen. Geruststellende gedachte is dat makelen mensenwerk is en dat is door geen sociaal medium te vervangen.
Jeroen Wilhelm, Marketing Manager VastgoedPRO
TGIF,
Ed
Sociale media bieden makelaardij kansen voor de toekomst
Deze week verscheen een publicatie van ABN Amro over de rol van de makelaar in de toekomst. De bank stelde daarbij dat de rol van de makelaar de komende jaren verder zal afnemen als gevolg van het feit dat de consument via internet en met name sociale media zelf wel zijn woning zou kunnen verkopen. Los van het feit dat een dergelijke stelling het ongetwijfeld heel goed doet op een verjaardag om een onderhoudend gesprek met omstanders te krijgen, snijdt de stelling weinig hout. Vanuit historisch perspectief is namelijk vast te stellen dat dergelijke radicale ontwikkelingen helemaal niet het geval zijn.
Start
Toen eind jaren ’90 internet echt doorbrak, kondigde menig internetgoeroe het einde van de retail en het intermediar aan. Mensen zouden massaal overgaan op direct writing en dat via internet gaan regelen. De consument zou via internet gezamenlijk producten centraal inkopen (wie kent nog www.letsbuyit.com) en structuren in de markt en consumentengedrag zouden drastisch veranderen. Wat is daar van terecht gekomen? Zelfs een succesformule als Makelaarsland, die in het gat tussen de ‘traditionele makelaar’ en de ‘doe het zelver’ is gesprongen, wist een mooi maar bescheiden marktaandeel te krijgen. Niet iets wat de markt drastisch heeft doen veranderen.
Later
En ook nu, met de opkomst van internet 2.0., waarin echt alles anders zou worden door social media, zien we nog steeds dat het intermediair en de detaillist blijft bestaan. Ja, ze hebben het moeilijk. Maar komt dat alleen door internet? Werkt de crisis en het overheidsbeleid ook niet een handje mee? En kijken we naar de makelaar, dan lijkt het haast dat het de banken zijn die de sector onder druk zetten. Na jaren van ruime hypotheekverstrekking, waarin alles kan en alles mocht, zijn de regels nu zo scherp aangezet dat een menig huizenkoper de financiering niet meer rond krijgt.
Wurggreep
En de kosten van een professional die zorgt voor een professionele begeleiding van de verkoop kunnen al helemaal niet meer mee. Laat staan de kosten van de aankoopmakelaar. Die zorgt er nota bene voor dat de bank een woning in portefeuille krijgt die tegen de beste prijs en volledig gekeurd is aangekocht. Ergo, de verscherpte financieringsmogelijkheden zorgen voor een verslechterde financierbaarheid van woningen. Bovendien moest de prijs van dienstverlening van de makelaar drastisch omlaag met als gevolg dat vele makelaars de handdoek in de ring moesten gooien. Minder transacties tegen een lagere vergoeding.
Foutief
Een ander ‘gat’ in de redenering van ABN Amro is de stelling dat het verkopen van een huis draait om het plaatsen van een advertentie op internet. Ja, we zijn in Nederland allemaal de beste kooplieden. Handelsgeest en onderhandelingspower hebben we allemaal. Je hoort ze het al zeggen ‘Ik heb geen makelaar nodig’. Helaas omvat de verkoop van een woning wel wat meer dan het plaatsen van een advertentie. Om maar eens te beginnen met een goede vraagprijs. Die van de buren is namelijk veelal niet maatgevend.
Gelijkje
Maar op één punt zou je de mensen van de bank wel gelijk kunnen geven: de makelaar is niet meer de man die alleen het bord in de tuin komt zetten en de woning op internet plaatst. Nee, dat zou je misschien nog zelf kunnen – los van het maken van goede verkoopteksten, het maken van foto’s en het stylen van de woning. Wat wel anders is geworden, is de rol van de makelaar bij de verkoop of aankoop. Hij of zij is procesbegeleider geworden.
Ontzorgen
Iemand die de verkoper of koper tijdens het proces begeleid en hem helpt de juiste keuzes te maken op alle vragen die tijdens het traject voor je voeten komen. En dan komt het aan op ervaring, deskundigheid en zelfs creativiteit. Dat is wat de makelaar in huis heeft. Simpelweg omdat hij daar vaak al jaren 24/7 mee bezig is. En de consument niet. De vraag blijft natuurlijk wat de toekomst de makelaar gaat brengen. Een ding staat vast: blijven doen wat je altijd gedaan hebt werkt niet. Dan krijgt – zo vrees ik – de bank toch nog gelijk. Makelaars moeten innoveren, in beweging komen, andere verdienmodellen aanbieden en bovenal zich niet aangevallen voelen door internet en social media, maar er juist gebruik van maken. Als je zo denkt en dat vertaalt naar je dagelijkse werk als makelaar, dan heb je nog ruime kansen. Geruststellende gedachte is dat makelen mensenwerk is en dat is door geen sociaal medium te vervangen.
Jeroen Wilhelm, Marketing Manager VastgoedPRO
maandag 13 mei 2013
Gronduitgifte en commercie
Zoals wij in Nederland de Hypotheekrenteaftrek hebben, zo hebben onze Belgische buren de Woonbonus. Een variant. En net zoals bij ons de HRA onder druk staat, wordt er ook in België gekeken of dit nog wenselijk en haalbaar is om voort te zetten. Het CIB, de branchevereniging van makelaars, onze Belgische zusterorganisatie, gaat hier binnenkort het debat over aan met de overheid en de politiek.
Studiedagen
In het kader van de voorbereiding hierop worden een drietal studiedagen georganiseerd door de Vastgoedakademie in Antwerpen. Op de eerste bijeenkomst mag ik als gastspreker aanwezig zijn om de Nederlandse markt te schetsen: Lessen uit Nederland. Bij de voorbereiding van de presentatie probeer ik altijd te peilen of de boodschap helder overkomt. Zo probeerde ik ook de rol van de gemeentes inzake gronduitgifte uit te leggen aan een leek.
Schaarste
In het onderzoek van de Tijdelijke Commissie Huizenprijzen, via het rapport Kosten Koper, worden grote vraagtekens gesteld bij de rol van de gemeenten. Er is sprake van een te nauwe verwevenheid tussen bouwbeleid en grondbeleid. Dit, door het (commerciële) belang van de gemeente om zo veel mogelijk te verdienen aan gronduitgifte. Terwijl de gemeente primair natuurlijk een publieke taak heeft: zorgen voor huisvesting, zorgen voor haar inwoners. Gemeenten creëren schaarste, zodat de grondprijzen stijgen. Geld in het laatje. Probeer dat maar eens uit te leggen.
Bestemming
Probeer maar eens uit te leggen dat een gemeente bepaalt dat er de komende jaren, ik noem maar iets, jaarlijks maar vijftig huizen mogen worden gebouwd. Ongeacht de vraag, ongeacht het aanbod. Het kan zo maar zijn dat er behoefte is aan tachtig woningen, of twintig. Maar nee, ambtelijk wordt ergens, door iemand, het getal vijftig bepaald. Dat is toch eigenlijk wel heel erg vreemd, toch?
Doel
Zou het niet zo moeten zijn dat gemeenten dienend optreden in deze? Dat de publieke verantwoording leidend is en niet het commerciële belang? Als er 100 mensen willen gaan wonen in een gemeente, dan is het toch raar dat diezelfde gemeente zegt, dat willen wij niet hebben. Voor u geen huis, want dan is er geen schaarste. Als je dit aan een leek probeert uit te leggen, dan wordt je aangekeken alsof je van een andere planeet komt. Ik ben benieuwd hoe donderdag onze Belgische collega’s met dit soort vraagstukken omgaan.
Ed
Studiedagen
In het kader van de voorbereiding hierop worden een drietal studiedagen georganiseerd door de Vastgoedakademie in Antwerpen. Op de eerste bijeenkomst mag ik als gastspreker aanwezig zijn om de Nederlandse markt te schetsen: Lessen uit Nederland. Bij de voorbereiding van de presentatie probeer ik altijd te peilen of de boodschap helder overkomt. Zo probeerde ik ook de rol van de gemeentes inzake gronduitgifte uit te leggen aan een leek.
Schaarste
In het onderzoek van de Tijdelijke Commissie Huizenprijzen, via het rapport Kosten Koper, worden grote vraagtekens gesteld bij de rol van de gemeenten. Er is sprake van een te nauwe verwevenheid tussen bouwbeleid en grondbeleid. Dit, door het (commerciële) belang van de gemeente om zo veel mogelijk te verdienen aan gronduitgifte. Terwijl de gemeente primair natuurlijk een publieke taak heeft: zorgen voor huisvesting, zorgen voor haar inwoners. Gemeenten creëren schaarste, zodat de grondprijzen stijgen. Geld in het laatje. Probeer dat maar eens uit te leggen.
Bestemming
Probeer maar eens uit te leggen dat een gemeente bepaalt dat er de komende jaren, ik noem maar iets, jaarlijks maar vijftig huizen mogen worden gebouwd. Ongeacht de vraag, ongeacht het aanbod. Het kan zo maar zijn dat er behoefte is aan tachtig woningen, of twintig. Maar nee, ambtelijk wordt ergens, door iemand, het getal vijftig bepaald. Dat is toch eigenlijk wel heel erg vreemd, toch?
Doel
Zou het niet zo moeten zijn dat gemeenten dienend optreden in deze? Dat de publieke verantwoording leidend is en niet het commerciële belang? Als er 100 mensen willen gaan wonen in een gemeente, dan is het toch raar dat diezelfde gemeente zegt, dat willen wij niet hebben. Voor u geen huis, want dan is er geen schaarste. Als je dit aan een leek probeert uit te leggen, dan wordt je aangekeken alsof je van een andere planeet komt. Ik ben benieuwd hoe donderdag onze Belgische collega’s met dit soort vraagstukken omgaan.
Ed
woensdag 8 mei 2013
Asbest voorspelbaar?
Een van de problemen bij conflicten is altijd de welles–nietes patstelling. Als ik kijk naar klachten die gepubliceerd worden over ons vakgebied valt het mij op dat alles steeds meer wordt gejuridiseerd. Vrijwel iedereen heeft tegenwoordig een rechtsbijstandverzekering en gaat vol voor zijn eigen gelijk. Waar vroeger nog veel werd opgelost met een fles wijn en een bos bloemen, ligt tegenwoordig direct een dossier van een kilo op de deurmat.
Casus
Van onze huisadvocaat kreeg ik wederom een interessante uitspraak voorgelegd. Steeds meer en meer blijkt het belang dat vanuit professionele zekerheid het steeds belangrijker wordt om vast te leggen wat je doet en wat je zegt. Om onduidelijkheid als in deze asbest casus te voorkomen. Het scherm is aan Mr. Dohmen!
Ed .
Geen asbest bij de buren: toch non-conform?
Een handelaar verkoopt een woonboerderij waar hij zelf nooit gebruik van heeft gemaakt. De verkoper heeft een onderzoeksrapport van percelen er naast. Daarin staat dat er geen asbest in de grond is aangetroffen. Koper zegt dat hij er van uit ging dat dit rapport ook zijn perceel betrof.
Rechtbank
Het hof geeft aan dat als niet is gemeld dat het rapport “de buren” betrof, verkoper koper op het verkeerde been heeft gezet en aansprakelijk is o.g.v. non-conformiteit. De makelaar van verkoper geeft aan dat hij twee keer tegen de makelaar van koper heeft gezegd dat het rapport ging over aangrenzende percelen, de makelaar van koper ontkent dat dat gezegd is. Het hof zegt: de kennis van de aankoopmakelaar staat gelijk aan de kennis van koper, want de aankoopmakelaar hoort dat door te geven. Dus àls verkoper kan bewijzen dat er is gezegd dat het rapport niet ging om het te verkopen perceel, gaat verkoper vrijuit.
Aannames
Want: als koper wist dat het rapport over aangrenzende percelen ging, had hij kunnen weten dat het rapport geen of zeer weinig relevante info over dit perceel zou geven. Dat, in combinatie met het feit dat verkoper handelaar is en nooit het perceel in gebruik heeft gehad, leidt er toe dat de koper had nader onderzoek had moeten verrichten. Het is immers een feit van algemene bekendheid is dat in de grond rond agrarische bedrijfsgebouwen vaak asbest aangetroffen wordt. Het hof besluit dat de verkoper een termijn krijgt om te bewijzen dat er is gezegd dat het rapport om aangrenzende percelen gaat. Lees hier de uitspraak
Bron: Dohmen advocaten
Casus
Van onze huisadvocaat kreeg ik wederom een interessante uitspraak voorgelegd. Steeds meer en meer blijkt het belang dat vanuit professionele zekerheid het steeds belangrijker wordt om vast te leggen wat je doet en wat je zegt. Om onduidelijkheid als in deze asbest casus te voorkomen. Het scherm is aan Mr. Dohmen!
Ed .
Geen asbest bij de buren: toch non-conform?
Een handelaar verkoopt een woonboerderij waar hij zelf nooit gebruik van heeft gemaakt. De verkoper heeft een onderzoeksrapport van percelen er naast. Daarin staat dat er geen asbest in de grond is aangetroffen. Koper zegt dat hij er van uit ging dat dit rapport ook zijn perceel betrof.
Rechtbank
Het hof geeft aan dat als niet is gemeld dat het rapport “de buren” betrof, verkoper koper op het verkeerde been heeft gezet en aansprakelijk is o.g.v. non-conformiteit. De makelaar van verkoper geeft aan dat hij twee keer tegen de makelaar van koper heeft gezegd dat het rapport ging over aangrenzende percelen, de makelaar van koper ontkent dat dat gezegd is. Het hof zegt: de kennis van de aankoopmakelaar staat gelijk aan de kennis van koper, want de aankoopmakelaar hoort dat door te geven. Dus àls verkoper kan bewijzen dat er is gezegd dat het rapport niet ging om het te verkopen perceel, gaat verkoper vrijuit.
Aannames
Want: als koper wist dat het rapport over aangrenzende percelen ging, had hij kunnen weten dat het rapport geen of zeer weinig relevante info over dit perceel zou geven. Dat, in combinatie met het feit dat verkoper handelaar is en nooit het perceel in gebruik heeft gehad, leidt er toe dat de koper had nader onderzoek had moeten verrichten. Het is immers een feit van algemene bekendheid is dat in de grond rond agrarische bedrijfsgebouwen vaak asbest aangetroffen wordt. Het hof besluit dat de verkoper een termijn krijgt om te bewijzen dat er is gezegd dat het rapport om aangrenzende percelen gaat. Lees hier de uitspraak
Bron: Dohmen advocaten
vrijdag 3 mei 2013
Nieuwbouw starterswoningen
Er was regelmatig nieuws deze week over de woningmarkt. Dat begon met de meest recente nieuwsbrief van de Rijksoverheid met daarin de klinische gegevens. An sich niet echt nieuws, maar toch wel goed om te weten. Goed om even naar te kijken, hoewel u deze nieuwsbrief waarschijnlijk zelf al heeft ontvangen.
Parallel
Wat mij boeide was een discussie die ik hoorde over een parallel tussen de kantorenmarkt en de woningmarkt. Dat er sprake is van zeer forse leegstand in het commercieel vastgoed is algemeen bekend. Nadat eerst de kantorenmarkt hiermee te maken kreeg, krijgt nu ook de retailmarkt hiermee te maken. Meer en meer wordt de winkelstraat gekenmerkt door leegstand. Een combinatie van recessie met de hand op de knip en de opkomst van e-commerce en e-shopping. Kijken, knijpen en passen in de winkel en vervolgens op internet voor de laagste prijs bestellen.
Leegstand
Deze leegstand wordt meer en meer problematisch, aan alle kanten hoor je bezwaren tegen nieuwbouw in het commercieel vastgoed. Zolang er nog leegstand is, niet meer bouwen. Uiteraard een utopie, want waarom is er leegstand? Exact, omdat er anders en beter beschikbaar is. Maar ik hoorde deze discussie ook over de woningmarkt. Stop met het bouwen van starterswoningen, was het credo.
Duh?
Dat was een vreemd geluid om te horen. Niet alleen is de bouw een cruciale werkgelegenheidsmotor die op z’n rug ligt met de pootjes omhoog en wel wat hulp kan gebruiken. Ook is er een verwacht tekort aan woningen binnen onafzienbare tijd, door de totale stilval van de bouw. Maar toch zat er wel wat in. Duidelijk is dat de starters de katalyserende factor op de woningmarkt zijn. Het lijkt me dat we het met z’n allen daar wel over eens zijn. De starter kan een cascade aan reacties geven die de stagnatie op de markt doorbreekt.
Nieuwbouw
Maar inderdaad, wat gebeurt er als de starter een nieuwbouwstarterswoning koopt? Inderdaad, helemaal niets! Er komt geen dynamiek op gang, het is een geïsoleerde transactie. Terwijl er op dit moment zat bestaande starterswoningen te koop staan. Als die worden gekocht, gaat de huidige bewoner op zoek naar een volgend huis en komt de cascade op gang.
Starters
Dus wat dat betreft was ik toch wel vrij snel om, stop met het bouwen van starterswoningen, zolang er nog bestaande starterswoningen te koop staan. Dat is goed voor de dynamiek op de markt, dat is goed voor de bouw, dat is goed voor Nederland! Of mis ik iets?
TGIF!
Ed
Parallel
Wat mij boeide was een discussie die ik hoorde over een parallel tussen de kantorenmarkt en de woningmarkt. Dat er sprake is van zeer forse leegstand in het commercieel vastgoed is algemeen bekend. Nadat eerst de kantorenmarkt hiermee te maken kreeg, krijgt nu ook de retailmarkt hiermee te maken. Meer en meer wordt de winkelstraat gekenmerkt door leegstand. Een combinatie van recessie met de hand op de knip en de opkomst van e-commerce en e-shopping. Kijken, knijpen en passen in de winkel en vervolgens op internet voor de laagste prijs bestellen.
Leegstand
Deze leegstand wordt meer en meer problematisch, aan alle kanten hoor je bezwaren tegen nieuwbouw in het commercieel vastgoed. Zolang er nog leegstand is, niet meer bouwen. Uiteraard een utopie, want waarom is er leegstand? Exact, omdat er anders en beter beschikbaar is. Maar ik hoorde deze discussie ook over de woningmarkt. Stop met het bouwen van starterswoningen, was het credo.
Duh?
Dat was een vreemd geluid om te horen. Niet alleen is de bouw een cruciale werkgelegenheidsmotor die op z’n rug ligt met de pootjes omhoog en wel wat hulp kan gebruiken. Ook is er een verwacht tekort aan woningen binnen onafzienbare tijd, door de totale stilval van de bouw. Maar toch zat er wel wat in. Duidelijk is dat de starters de katalyserende factor op de woningmarkt zijn. Het lijkt me dat we het met z’n allen daar wel over eens zijn. De starter kan een cascade aan reacties geven die de stagnatie op de markt doorbreekt.
Nieuwbouw
Maar inderdaad, wat gebeurt er als de starter een nieuwbouwstarterswoning koopt? Inderdaad, helemaal niets! Er komt geen dynamiek op gang, het is een geïsoleerde transactie. Terwijl er op dit moment zat bestaande starterswoningen te koop staan. Als die worden gekocht, gaat de huidige bewoner op zoek naar een volgend huis en komt de cascade op gang.
Starters
Dus wat dat betreft was ik toch wel vrij snel om, stop met het bouwen van starterswoningen, zolang er nog bestaande starterswoningen te koop staan. Dat is goed voor de dynamiek op de markt, dat is goed voor de bouw, dat is goed voor Nederland! Of mis ik iets?
TGIF!
Ed
Abonneren op:
Posts (Atom)





